Ambtelijke toelichting Beleidsregel subsidiëring activiteiten

SBO zoekt penningmeester

Inleiding

Het college heeft in juli 2014 de beleidsregel subsidiering activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen 2015 vastgesteld.  De beleidsregel is een vertaling van de opgenomen maximale subsidie per locatie in de begroting voor het jaar waarop de beleidsregel van toepassing is en geeft uitleg over voor waar de subsidie voor bedoeld is en hoe je de subsidie kan verkrijgen.

Beleidsregel ‘subsidiëring activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen 2017’

Vanaf het kalenderjaar 2013 ontvangen de buurt-, wijk- en dorpshuizen het bedrag dat is opgenomen in de “koers  maatschappelijk vastgoed”. Deze bedragen zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting van het betreffende jaar in de bijlage “overzicht maximaal beschikbare subsidies”. Om helderheid te verschaffen naar de buurt-, wijk- en dorpshuizen is een beleidsregel een goed instrument. Voor het jaar 2016 zijn er geen wijzigingen geweest en heeft uw College derhalve geen aangepaste beleidsregel ter besluitvorming voorgelegd gekregen. Voor 2017 is er wel een andere situatie. Daarover in dit advies meer.

Proces

In lijn met  het collegeprogramma 2014 – 2017 is er gekeken naar de eigen vermogens van de buurt-, wijk- en dorpshuizen. Vanaf 2014 is in zowel beschikkingen als vaststellingen aangekondigd dat een hoog eigen vermogen invloed zou kunnen krijgen op de hoogte van de te verlenen subsidie. Voor het jaar 2016 was het plan om de locaties die veel vermogen hebben een lagere subsidie te verlenen dan het maximaal opgenomen bedrag in de begroting. Daarop is door een bestuur van een buurthuis bezwaar aangetekend. De Bezwaarcommissie heeft besloten dat de lagere verlening en de wijze waarop deze lagere verlening tot stand kwam vooraf bekend had moeten zijn. De bezwaarcommissie heeft niet aangegeven dat een lagere verlening op zich zelf onjuist was.

Met de uitspraak van de bezwaarcommissie is er een voorstel op papier naar alle besturen van buurt-, wijk- en dorpshuizen gegaan,  voorzien van een uitnodiging om dit onderwerp te bespreken op 29 augustus 2016 met de wethouder. Ook kon men schriftelijk reageren. Het voorzittersoverleg was druk bezocht en alle besturen hebben kunnen aangeven hoe ze kijken naar het voorstel dat neergelegd was. De meeste besturen begrepen de noodzaak, maar er waren natuurlijk ook kritische vragen. Een belangrijke opmerking die meegenomen is als aanpassing is het verzoek om een percentage van de omzet te nemen als ondergrens voor de liquiditeit. Alleen het SBO (samenwerkende bewonersorganisaties) heeft een mail gestuurd met daarin hun opmerkingen. Deze opmerkingen zijn ook besproken op het overleg op 29 augustus. In de bijlage vindt u de mail met daarin de vragen, en de reactie van de wethouder.  Omdat we een zorgvuldig proces met de subsidieontvangers willen is de termijn van indiening voor 2017 opgeschoven naar 1 november 2016 zodat alle besturen voldoende tijd hebben om hun aanvraag te doen.  Een andere consequentie van de aangepaste beleidsregel is dat we terug gaan naar ‘verlenen en vaststellen’ i.p.v. enkelvoudige vaststellingen. We hebben nu jaarlijks alle jaarrekeningen nodig om te kunnen bepalen hoe de ontwikkelingen zijn in zowel de exploitatie als het eigen vermogen.

Veranderingen in 2017

Om in lijn met het collegeprogramma te komen en te blijven is er voor gekozen om de mogelijkheid te creëren in de beleidsregel om lager te verlenen indien er sprake is van een substantieel eigen vermogen. Dat is de enige wijziging t.o.v. de vorige beleidsregel die door uw college is vastgesteld in juli 2014. Er is kritisch gekeken naar de jaarrekeningen en de omstandigheden per locatie. Gebleken is dat een groter eigen vermogen noodzakelijk is bij locaties die in eigendom zijn van de buurt, wijk of dorp. Derhalve is deze categorie op voorhand buiten deze rekenregel gehouden. De volgende voorwaarde is het aanwezig zijn van voldoende liquide middelen om op korte termijn aan je verplichtingen te kunnen voldoen. In overleg met besturen is gekozen voor 2 grondslagen: 1) een kas/bank saldo hoger dan € 7.500,= en 2) meer dan 10% van de omzet. De volgende voorwaarde is dat de solvabiliteit hoger is dan 60%. Wanneer aan al deze criteria wordt voldaan is er sprake van een lagere verlening t.o.v. het maximale bedrag dat is opgenomen in de begroting per locatie. Een tweede nieuw artikel dat inhoudelijk hiermee samenhangt, is een artikel over  bestemmingsreserves en hoe hiervoor toestemming te krijgen van het college.

Alle andere uitgangspunten en voorwaarden blijven gelijk.