Pleitnota zitting 27 maart 2018

Zitting: 27 maart 2018, 9.30 uur

Uw kenmerk: LEE 17/2911, 2912 en 2913 BELEI MULD

Edelachtbare vrouwe,

Namens de drie appelanten, de buurthuizen, geef ik een toelichting en reageer ik met name op het verweerschrift d.d. 17 oktober 2017 van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (B&W).

  1. Wij hebben steeds primair gesteld dat de beleidsregel van B&W in strijd is met de verordening van de raad. In het verweerschrift gaat B&W hier opnieuw niet op in.
  2. B&W heeft namelijk beleid heeft gemaakt, waarbij het er niet toe doet met welke inkomsten reserves tot stand zijn gekomen. De verordening maakt een verlaging van toekomstige subsidie mogelijk, slechts indien die reserves zijn gevormd en/of gevoed met subsidie (artikel 6 lid 1). Met andere woorden: alleen voor het geval dat zoveel subsidie is verstrekt, dat er na het gesubsidieerde werk subsidie overblijft, heeft B&W de bevoegdheid van de raad gekregen de volgende subsidie te verlagen. Er blijft juist geen subsidie over.
  3. B&W stelt in het verweerschrift (blad 3), dat wanneer er een reserve wordt opgebouwd in een jaar dat subsidie wordt ontvangen, de toekomstige subsidie verlaagd mag worden, ongeacht de oorsprong van de reserve. Is bedoeld te verdedigen dat het beleid van B&W past binnen artikel 6 lid 1 van de verordening? Had de raad gewild dat reserves de gemeente zonder meer (deels) toekomen, dan zou dit artikel anders hebben geluid. Bijvoorbeeld: in het geval er sprake is van reserves, kan het college besluiten de subsidie te verlagen.
  4. Deze relatie tussen reserves en niet bestede subsidie blijkt ook uit stukken van B&W Verwijzend naar de namens de buurthuizen aan u (op 14 maart 2018) toegezonden brief d.d. 16 september 2014 van de burgemeester geldt, dat niet bestede subsidie aan het eigen vermogen van een gestopt buurthuis wordt toegevoegd, mits de overige subsidie is besteed waarvoor het is verstrekt (artikel 25 van de verordening). In de namens de buurthuizen aan u (op 14 maart 2018) verzonden notitie d.d. 13 september 2016 van SBO (Samenwerkende Bewoners Organisaties), met daarin opgenomen reacties van de gemeente, wordt door de gemeente vermeld dat met overgebleven subsidie een reserve kan worden aangelegd, die bestemd is voor de doelen van die subsidie. De drie buurthuizen houden inderdaad ten behoeve van subsidie doelen reserves aan, maar die reserves worden juist niet met subsidie opgebouwd. Er zijn relatief veel eigen inkomsten, iets wat de gemeente ook aanmoedigt.
  5. Artikel 2 lid 1 van de verordening geeft aan dat de raad met de vaststelling van de jaarlijkse gemeentebegroting per buurthuis een maximum bedrag Voor de drie buurthuizen is dat budget in 2013 fors omlaag gebracht (soms een halvering), wegens te veel reserves. De raad kijkt niet naar de oorsprong van de reserves, want in het kader van artikel 2 lid 1 van de verordening is het immers zelfs niet van belang of er reserves zijn. Er kan door de raad bezuinigd worden door simpelweg subsidie budgetten omlaag te brengen. Vanaf 2013 zijn de reserves afgenomen, omdat de subsidie lager is. Dit zou een tijdelijke maatregel zijn, maar de maximum bedragen zijn sinds 2013 niet wezenlijk veranderd. Daar komt in 2017 een niet toegestane extra verlaging van de subsidie door B&W overheen. Door deze besluitvorming van B&W in 2017 zijn er nog meer inkomsten nodig , naast de beperkte subsidie, om de activiteiten door te kunnen laten gaan.
  6. De wijze waarop B&W de subsidie omlaag brengt, waarop de subsidiaire kritiek betrekking heeft, wordt voor het eerst in het verweerschrift door B&W enigszins toegelicht. Voor de inhoud van de berekening wordt verwezen naar het overleg met de buurthuizen van 29 augustus 2016, waaromtrent in het verweerschrift (blad 2) echter wordt erkend, dat er geen afspraken zijn gemaakt. Niet onderkend wordt dat de buurthuizen geen tot weinig vreemd vermogen (met name leningen) hebben. Het eigen vermogen en de waarde van de activa zijn dan (nagenoeg) gelijk. Het pand wordt gehuurd van de gemeente. Zonder voorzieningen op de balans gaat de solvabiliteit dan richting de 100 %, omdat er geen vreemd vermogen is. Dit blijkt ook uit het overzicht van B&W van de solvabiliteitspercentages in 2015, dat u op 14 maart 2018 is toegestuurd. De solvabiliteit geeft overigens niet aan of aan de verplichtingen op de korte termijn kan worden voldaan, zoals in het verweerschrift staat (blad 3). Dat is de liquiditeit. Dat voor een buurthuis een solvabiliteit van 15% voldoende is, is niet onderbouwd. De buurthuizen zouden de gemeente niet plezieren met een dergelijke solvabiliteit, waarbij schulden worden gemaakt en gegokt wordt op toekomstige inkomsten. Dat er bestemmingsreserves zijn (die niet horen mee te doen bij de berekening van de solvabiliteit), is verstandig. De buurthuizen hadden dat geld ook kunnen uitgeven of ze hadden niet hun best kunnen doen eigen inkomsten te genereren. De manier waarop B&W aan zijn beslissingsbevoegdheid inhoud heeft gegeven is onzorgvuldig en niet goed gemotiveerd (vergelijk Conclusie staatsraad advocaat-generaal over exceptieve toetsing d.d. 22 december 2017), hetgeen het verweerschrift bevestigt. Het is bezuinigingsmaatregel (zoals staat in de later ontvangen pleitnota van B&W van 26 juni 2017) in plaats van een “prikkel” voor meer activiteiten.

Mr. R.C.M. (Gina) Kamsma